Come Play With Filip

Text by Maxime Fauconnier

Filip Collin (b. 1987) is a visual artist living and working in Antwerp, Belgium. Shifting between drawing, paper collage, neon light and plexiglass sculptures, he develops a playful and immersive body of work with a paramount focal point: shape and color. 

Rarely addressing his method or his subjects, Collin rather invites. One can only speculate on his work’s themes by reading his titles, elusive yet forthright: a “petal” or a “thief” here, a “cabbage” or a “lily” there. Through cut-outs and rearrangements, a subject in front of him or a specific memory will become a line, a shape, or a constellation of them. Collin’s reduced thus abstract compositions seem to highlight details, perhaps even becoming “non-subjects”. Try to zoom in on a still life painted by an old master, up until you give your attention to the contour line of a lemon or a grape leaf: this could be the territory Collin is working in. 

Collin studied at Sint Lucas Antwerpen before completing a Master in Printmaking at the Royal Academy of Fine Arts in the same city. After experimenting with lithography an etching, where black ink is predominant, Collin vowed never to use black again. He instead focused on silkscreen courses where he developed a taste for layering color. This sensibility has seeped into his practice ever since: through combining vivid colors on one side, and mixing diverse materials (paper, paint, glass, plexiglass, neon) on the other. 

In free drawing courses, by magnifying a model’s body part or sketching while walking around a subject, Collin developed his specific drawing style: he creates lines and shapes born out of a rigorous observation, yet delivers them in a seemingly impulsive manner. It’s a back and forth movement between frankness and precision, between straightforward sketching and lavish presentation.

Actually, when it comes to decide which material, color or format to translate an idea in, the artist says it has to feel right. Indeed, there seems to be no random decision here—the paper needs the right texture and weight; various colors of gouache or acrylic paint will create the right tint; laser-cut holes will lay over each other in the right alignment; a neon line will shine in the right hue and float at the right height.

Yet, the artist’s production feels free, unconfined. His suspended shapes blend, cross, obstruct, reveal, pierce through, embrace or radiate. It’s an open and dislocated landscape in which we can dive while projecting memories and emotions. We picture confetti, thunder, lovers, flowers, mountains, islands or glaciers. But that is up to us. After all, it’s just shape and color.

Brief aan Hans Theys

Text by Vincent Van Meenen for Hart Magazine

Doctorandus Vincent Van Meenen schrijft elke maand een brief aan kunsthistoricus en tentoonstellingsmaker Hans Theys, waarbij hij zich verhoudt tot Theys’ oeuvre, en tot wat hij die maand zelf gezien heeft. Deze maand: Filip Collin.

Dag Hans,

Ik ben weer helemaal afgestompt. Hoe lang heb ik naar schermen gekeken in de illusie kunstwerken te zien? Hoeveel lege opiniestukken heb ik gelezen? Hoe gaat het met mijn beleggingsfonds?
Op www.ballroomproject.be stoot ik gelukkig op een afbeelding van Color the flow (Filip Collin, 2017) die me met een ruk uit de schijnwereld trekt. Het is een zeefdruk bestaande uit twee groene, twee oranje en twee blauwe lijnen. Ik zoom in en probeer me voor te stellen hoe het werk er zou kunnen uitzien. Ik ken het werk van Filip Collin (1987) enkel van op Instagram, dus niet echt. Hij heeft geen website. Een atelierbezoek biedt soelaas.

Onderweg naar Collins studio in Berchem speel ik mijn lievelingsspelletje, dat ik van Kasper De Vos heb geleerd. In een tuin in het Nederlandse dorpje Aardenburg vroeg ik Kasper vorig jaar hoe hij de werkelijkheid ziet, of hij daar iets over kon zeggen. “Ik zie zelf voornamelijk woorden, de namen van dingen,” lichtte ik toe. “In volumes,” antwoordde hij. Sindsdien probeer ik de woorden links te laten liggen. Wat ik op straat zie, wordt louter volume en dus vederlicht, wolkig: de auto’s, de bomen, huizen en voetgangers. Ze veranderen in ballonnen, bewegende massa, duplo-blokken. Ik blaas mijn kaken op.

“De Belgen hebben een sterke traditie in het bijna niets,” heb je me vorig jaar gezegd. Volgens mij sluit het werk van Filip Collin aan bij die traditie. Voor zijn collages op papier begint hij met monochroom gezeefdrukt of met acryl of gouache geverfd papier, waardoor de kleur reliëf krijgt. Daarin knipt of scheurt hij, waarbij hij omtreklijnen volgt uit zijn onmiddellijke omgeving: een boeket, de afgevallen dorre bladeren van een kamerplant, de schaduw van een berk in het zonlicht. Dit doet hij op zo’n manier dat ik de vormen van waaruit hij vertrekt onmogelijk kan herkennen of thuisbrengen. Zijn lijnen voelen vertrouwd aan, maar hun oorsprong herken ik niet, dus kan ik er geen woorden of concepten op kleven, en dat ontroert me. De lijnen herinneren aan een woordloze, naamloze wereld die bijzonder vrij is. Ook trekken de snippers vaak een beetje krom, wat voor volume zorgt, zoals in het werk van Guy Mees.
De vormen en lijnen die Collin op die manier ontwikkelt, gebruikt hij zowel rechtstreeks op papier, als in tal van toepassingen. Hij laat andere materialen zoals hout en troebel, doorzichtig of gekleurd plexiglas lasersnijden of graveren. Door die verschillende materialen op steeds wisselende en speelse manieren boven elkaar aan te brengen, ontstaan nieuwe collages. In Îles Jaunes (2019) brengt hij volume aan door luchtlagen en uitsparingen te voorzien tussen en in verschillende plexiglazen platen. In een ander werk overspant hij houten graveerstukjes op een houten plaat met gezeefdrukt monochroom papier en behangerslijm. Ook stapelt hij de negatieven van de uitgesneden houtstukken op elkaar en bouwt hij zo sculpturen. Ik vraag of hij me nog iets over zijn werk kan vertellen.

“Het heeft geen zin om over de betekenis van mijn werk te praten,” zegt hij. “Dit werk heet Gezelligheid troef op de Duitse camping.” Hij wijst naar een blauwe ijzerdraad, gebogen volgens die specifieke eigenheid die ik eerder beschreef. “Ik zou van elk boogje kunnen aanduiden welke vorm ik daarvoor gebruikt heb, maar wat voegt zoiets toe? Na een eerste masterjaar Grafiek ben ik overgeschakeld op zeefdrukken, omdat ik genoeg had van het tijdrovende proces dat hoort bij etsen. Mijn collages gaan veel sneller, haast automatisch.”

We fietsen samen naar galerie Zeit om de hoek, de in maart 2020 geopende galerie van verzamelaar Luc Franken, waar tot 1 augustus de openingsexpositie Balls te zien is. Daarna, in september, komt er een duoshow, waarbij het werk van Filip Collin in dialoog gaat met dat van Jo Delahaut. Luc Franken leidt ons rond door het voormalige architectuurkantoor. Hij verzamelde jarenlang naoorlogse abstracte werken van mensen als Delahaut, Walter Leblanc en Jean Dubois en plaatst die tegenover dat van jonge Belgen als Jef Meyer en Lotte Van den Audenaeren. In de inkomhal hangen drie neon strengen boven onze hoofden, gemaakt door Collin (Leafdrop pink/yellow/blue, 2018). “Wanneer het donker is, maakt het roze neonlicht door het troebele glas in de deur een roze vlak op de stoeptegels buiten,” zegt Franken. “Dat is nu onzichtbaar.”

Terwijl ik naar de andere werken in de galerie kijk, heb ik het gevoel dat het werk van Collin fundamenteel verschilt van dat van de abstracte werken die in de galerie zijn opgehangen. Ik zou er zelf nooit toe komen om zijn werk als abstract te zien. Hoe zou dat komen?

Die avond rijd ik onder de donkere volumes van de boomkruinen in de Stanleystraat, zodat ik het roze vlak kan bekijken. Inderdaad, ik zie het roze vlak, het hangt gewichtloos in de lucht.

Veel groeten
Vincent


Using Format